Bio Marisa

Mijn jeugd:

Ik zal een jaar of acht geweest zijn dat ik me er bewust van werd dat mijn moeder niet hetzelfde zag als ik. Er waren al eerder situaties geweest, maar deze bewuste dag werd het voor mij duidelijker. We waren gewoon aan het boodschappen doen en stonden in de rij voor de kassa op het moment dat er een ambulance met sirenes het parkeerterrein opreed. Het pand van deze supermarkt had flink veel glas en zo konden wij zien dat er zich een groep mensen rondom de ambulance verzamelde.

Terwijl mijn moeder de boodschappen op de lopende band van de kassa neerlegde kwam er een man schuin voor ons staan. Ik dacht eerst dat hij voor wilde dringen. Ik vroeg voorzichtig aan mijn moeder: ‘Mam, is deze man dood?’ Mijn moeder, druk in de weer met de boodschappen, reageerde geïrriteerd; ‘Hoe moet ik dat nu weten?’ terwijl ze even naar buiten keek in de richting van de ambulance. Ze vervolgde nog steeds geïrriteerd: ‘Moet je al die mensen nu zien, ze geven de ambulance medewerkers helemaal geen ruimte, iedereen wil er met zijn neus bovenop staan’. ‘Mam, is deze man dood? ’ vroeg ik nogmaals, haar antwoord niet begrijpend. Op deze vraag draaide mijn moeder zich nu vreselijk geïrriteerd naar mij toe, de man vlak naast mij totaal negerend;  ‘Hoe moet ik dat nu weten ik kan toch niet dwars door die mensen heen kijken!’ Dit was het moment waarop ik mij bewust werd dat ze deze man niet zag. Vanaf dat moment ben ik mijn mond gaan houden en vertelde niet zo veel meer over hetgeen ik zag of voelde.

Ik ben opgegroeid in een warm en sociaal gezin en heb een fijne jeugd gehad. Eigenlijk een enorme bofkont. Als kind had ik een hele goeie hartsvriendin, we waren altijd samen. Ik moest haar helaas achterlaten op het moment dat wij naar een andere stad verhuisde. Mijn ouders noemde haar mijn fantasie vriendin, maar voor mij was ze werkelijk aanwezig.

Met name ’s nacht droomde ik over zaken, die de dag erna of een poos later  gebeurde. Het had zelden betrekking tot mijn eigen leven. Het waren voornamelijk treinongelukken, aanslagen, vliegtuigrampen, beelden die later in het nieuws verschenen en waarvoor mijn ouders me wilde beschermde. ‘Nee, lieverd dit mag je niet zien, nee wij vinden deze beelden niet goed voor je’. De beelden, de geur, het geluid. Het was vaak verschrikkelijk en dat maakte dat ik me eenzaam voelde.

Het was niet alleen ’s nachts. Mijn moeder noemde me  ‘Doortje Dartel’, of ‘Dromenlaartje’. Ik kan me niet goed herinneren waar ik dan was met mijn gedachten /of aanwezigheid. Gevoelsmatig was ik op twee plekken tegelijkertijd. Ik kan me goed herinneren dat ik in de 1e klas zat, en dat alle geluiden, het gevoel van mijn klasgenoten, de beelden tot één grote brei, zoals een draaikolk om me heen leken te draaien. Vaak had ik geen idee met welke les we bezig waren. Ik zag dan de mond van de juf bewegen en zag haar vriendelijk naar me lachen. Maar ik voelde dat ze wat anders dacht.

Mijn opa was heel erg belangrijk ik mijn leven. In werkelijkheid zagen we elkaar niet zoveel, maar ik wist wanneer hij zou bellen en wist hoe het met hem ging. Hier waren geen woorden voor nodig.

In de eerste klas van de middelbare school werd ik ziek. Uiteindelijk heb ik bijna drie maanden plat gelegen en sleepte mijn ouders me, bezorgt, van de ene naar de andere arts. ’s Nachts droomde ik over mijn opa en ik zag hem keer op keer overlijden. Op een moment dat allebei mijn ouders thuis waren had ik eindelijk het lef om te vertellen wat ik zag, dat opa zou overlijden, dat hij duizelig was en pijn in zijn benen had, net als ik.

Mijn lieve moeder wist totaal niet wat zij daarmee aan moest. Vanaf dat moment ontstond er wrijving tussen mijn ouders. Mijn moeder vond het zeer vervelend om te zien hoe ik er zo aan toe was en wilde met me naar een psychologische hulpverlener. Maar mijn vader gaf aan dat zijn oma ‘dat’, ook had en dat hij het wel herkende;  ‘Ze is met de helm op geboren’. ‘Nee, dat is niet waar, ik heb haar toch zelf geboren zien worden’, was dan het antwoord van mijn moeder. Afijn er was een woordenwisseling, en ik had het gevoel daar schuldig aan te zijn. Enkele weken daarna overleed mijn opa en was ik weer volledig beter.

Sommige mensen zijn er wat vroeger bij dan anderen en ik was er daar één van. Op mijn 14e ontmoette ik mijn 1e vriendje wat uitmonde in een jaren lange relatie en uiteindelijk een huwelijk. Bij één van onze eerste afspraakjes op zijn kamer heb ik hem verteld wat ik zag en de dromen die ik had. Toch wel wat geschrokken heeft hij mij toen gevraagd of ik daar alsjeblieft nooit iets over wou zeggen. En …….. wat ik beloof, dat doe ik.

Mijn ontwikkeling:

De grote verandering in mijn leven is ontstaan na de geboorte van mijn tweede kind, mijn dochter. Ze was net als ik, alleen nog iets erger. In plaats van één ‘fantasie’, vriendje had zij er maar liefst elf. Dat waren dus een heleboel borden op tafel. Ik kon mijn mond niet langer houden, dat betekende het einde van mijn huwelijk maar ook een mooi en nieuw begin in het mediumschap.

Vanaf dat moment ben ik mijzelf enorm bewust geworden van het ‘lot’. Er verschenen mensen in mijn leven die me bewust om raad kwamen vragen, mensen die vroegen naar mijn beelden. Eigenlijk gebeurde dit al mijn hele leven maar nu kon ik het voor mezelf ook benoemen. Met een goeie vriend zijn wij mijn beelden gaan onderzoeken in vermissingszaken. Verder ontwikkelde ik in mijn eigen  ‘esoterische’, winkel. In die tijd heb ik enorm veel kennis opgedaan. Mede door de boeken die ikzelf verkocht en de mensen die op mijn pad verschenen. Mijn deuren mochten open en de mensen die ik sprak, die waardeerde me om wie ik ben. Ik mocht eindelijk mezelf zijn.

Na deze enorme ommekeer ben ik begonnen met het volgen van een opleiding healingmedium. Heb mij verdiept in verschillende religies en natuurreligies. Het was net alsof eeuwen oude kennis weer naar bovenkwam. Van het één volgde het ander. Ik ontdekte de paranormale branche, zag de zin en de onzinnigheid. Het vele mooie werk maar ook kwakzalvers die dit beroep een mindere naam geven. Ondertussen was de gedachten ontstaan over het samenwerken met andere Mediums en Paragnosten. Samenwerken, samen sterk maar ook gezamenlijk onderzoek verrichten naar vermisten mensen en met name vrouwen en kinderen.

Ik denk dat het binnen deze branche heel goed is als er anderen zijn die je spiegelen, anderen die net als ik zijn en waardoor je door samenspel kritische kunt blijven kijken naar je eigen valkuilen en je eigen ontwikkeling. Vanuit dit gedachtegoed heb ik de  Enigma opgericht in samenwerking met Frank Heijkamp en Arno Kuipers en zijn wij in 2004 gestart met de voorbereidingen. Door het proces en door de tijd (veel onderzoek op paranormale beurzen) hebben wij een systeem ontwikkeld waarmee wij paragnosten en medium testen zodat de consument weet waar hij of zij veilig naar toe kan voor een consult . En met trots durf ik aan te geven dat Enigma groeit en laat zien hoeveel kwaliteit er binnen dit vak in Nederland is.

Op aanbevelen van een 3e ben ik benaderd om mee te reizen met een Nederlands rechercheteam voor onderzoek in de zaak Madeleine Mc Cann. Voor aanvang van de reis heb ik mijn informtie met het rechercheteam gedeeld aangevult met enkele informatie van andere keurmerkdragers van Enigma. Buiten het nobele doel, voor mijzelf  een mogelijkheid om te onderzoeken hoe het paranormale werkt, bestaan de beelden letterlijk, bestaan de namen? Het werden zes zeer intensieve dagen. Gelukkig bleken de voorziene locaties en namen te bestaan. Een recherse team onderzoekt op feiten en mijn gegevens werden meegenomen als vermoedens tot ze bewezen werden. Van deze reis heb ik heel veel geleerd. Het zowel psychic, mediamiek, en het reizen van de paragnost door de tijd heen, het is nodig om tot één geheel te komen. Het brengt de route en de gebeurtenissen door de tijd heen. En zo ontstond mijn eerste samenwerking met een rechercheteam in een vermissingszaak. Het is in Amerika vrij normaal dat politie en justitie samenwerken met paragnosten, helaas is men in Nederland wat terughoudender. Over mijn ervaringen en het proces heb ik in 2007 en 2008 het boek ‘Hogere Machten’ geschreven. Voor mezelf een overwinning om nog meer naar buiten te treden.

Het volgen van diverse les weken aan het Arthur Findlay College in Engeland hebben me enorm veel gebracht. Niet alleen de technische kant van het vak, maar ook over de menselijkheid, een stukje psychologie en het spiritisme. Het mediumvak is net als ieder ander vak, we moeten er hard voor werken, trainen, trainen en nog eens trainen. Het is inspirerend om in Engeland andere mediums te mogen ontmoeten en les te krijgen van de wereldtop. In 2008 ben ik mijn eigen praktijk gestart.

Na het ontwikkelen van scholing en toets procedures binnen de paranormale branche vervolgde ik mijn weg met het schrijven van opleidingen. En zo ontstond in 2009 het MediumCollege, daar waar alle kwartjes samen vallen en ik mijn verleden als docent (dans) kan samenvoegen met het Paranormale vakgebied.  “Het stokje overdragen”, dat doe ik met hart en ziel.

Het schrijven van het boek; “Ben ik echt een medium”, in opdracht van uitgeverij Ank Hermes (2012)  heb ik als een cadeau gezien, een manier om mensen met de mediamieke/paranormale aanleg te ondersteunen.

En nog altijd met heel veel plezier en liefde voor de mensen geef ik privé consulten.